22 Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;

23 Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.

22 Viešpaties malonė nepranyko, Jo gailestingumas dar nepasibaigė.

23 Tai atsinaujina kas rytą, ir didelė yra Jo ištikimybė.