3 En ik zond boden tot hen, om te zeggen: Ik doe een groot werk, zodat ik niet zal kunnen afkomen; waarom zou dit werk ophouden, terwijl ik het zou nalaten, en tot ulieden afkomen?
3 Enviei-lhes mensageiros a dizer: Eu estou fazendo uma grande obra, de modo que não posso descer: por que há de cessar a obra, enquanto eu a deixar para ir ter convosco?